Column – Wat geloof jij

Wat geloof jij?

Of ik een soort van column wilde maken en die hier voorin wilde voorlezen. En het thema zou zijn: “Wat geloof jij?”.

Het eerste wat ik dacht toen dat aan mij werd gevraagd was: “Geloof je het zelf?”. Ik bedoel, ik ben nu niet het type persoon dat zich heel comfortabel voelt als hij in de schijnwerpers staat. Laat mij maar mijn ding doen op de achtergrond en vooral niet te veel opvallen. En gooi me zeker niet voor de (met alle respect voor jullie allemaal) leeuwen. Daarnaast ben ik nu eenmaal veel beter in iets op papier zetten, dan iets te zeggen. Een bekend persoon uit de Bijbel genaamd Mozes haalt wat dat betreft de woorden uit de mond als hij op een gegeven moment tegen God zegt: “Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden”.

Tja, er moet dan ook iets heel geks gebeuren wil ik tijdens een samenkomst van Geloof in IJsselstein, voorin de zaal, een column voorlezen!

Ik geloof, dat ik dit alles niet hardop heb gezegd, want op één of andere manier blijk ik hier nu te staan en lees ik op dit moment mijn column voor.

Overigens kreeg ik later in de week te horen dat het thema nog was uitgebreid met de subtitel: “Een elevator pitch van je geloof”.

Een elevator pitch. In Bijbelse tijden hadden ze daar natuurlijk nog nooit van gehoord. Toch kom je in de Bijbel wel situaties tegen die je een elevator pitch zou kunnen noemen.

Soms is het in de lift stappen al een pitch opzichzelf. Bijvoorbeeld toen de vrienden van een verlamde man een gat in het dak van een huis maakten en hun verlamde vriend via hun zelfgemaakte lift – een draagbed hangend aan touwen – naar beneden lieten zakken voor de voeten van Jezus. Ze geloofden dat Jezus de verlamde man kon genezen. Een letterlijke elevator pitch dus. En wat bleek: de genezing bleek een bijzaak vergeleken met wat Jezus deze man nog meer gaf: Jezus vergaf deze man al zijn fouten.

De altijd enthousiaste Petrus was wel voor een pitch te vinden. Ik vermoed dat één van zijn belangrijkste pitches was toen Petrus vol van de Geest reageerde op mensen die zeiden dat de leerlingen van Jezus waarschijnlijk dronken waren omdat ze in meerdere talen te verstaan waren.

Wat dacht je trouwens van Paulus? Oke ik geef toe, in zijn brieven is hij nu niet echt kort van stof te noemen, maar toch lees je ook over Paulus dat hij zijn geloof in Jezus vol passie staat te pitchen bij zijn publiek. Op een gegeven moment staat hij zelfs een pitch te geven op de beste elevator pitch plek van die tijd: De Areopagus in Athene. Na een andere pitch komt het zelfs zover dat koning Agrippa uitroept: “Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor Christen uitgeef!”. En of dit nu cynisch is bedoeld of niet, duidelijk is met wat voor een vuur Paulus zijn geloof pitcht.

Maar wat geloof ik nu eigenlijk zelf? Wat is nu mijn pitch? Nou, hou je vast:

Ik geloof dat de belangrijkste vraag die je in je leven kunt stellen en beantwoorden, in de Bijbel is te vinden. Op het moment dat Jezus aan zijn leerlingen vraagt wie de mensen zeggen dat hij is, geven zijn leerlingen een aantal opties van wat ze om zich heen horen. Direct daarna komt Jezus met de belangrijkste vraag die je je zult moeten afvragen, namelijk: “En wie ben ik (Jezus) volgens jullie?”

Ik zal het uitleggen:

Ik geloof dat, wat wij ten diepste zoeken, in één woord is te vangen, namelijk: Liefde. Ik geloof dat, diep van binnen, onze grootste drijfveer in alles wat wij doen, najagen of vasthouden, is dat wij geliefd willen worden en dat wij kunnen liefhebben.

Ik geloof dat God degene is waarom wij die diepste verlangens met betrekking tot liefde hebben. Ik geloof dat God ons heeft gemaakt, en dat wij mensen bestaan om door God geliefd te worden en dat God geliefd door ons wil worden.

En zoals dat gaat bij liefde, zit hier een spannend onderdeel in, namelijk het feit dat liefde afgewezen kan worden. En ik geloof, dat in Gods liefde geen afwijzing zit. Wij kunnen God afwijzen, maar God heeft in Jezus laten zien dat God ons niet afwijst. Hoe absurd het misschien ook klinkt: Ik geloof dat Jezus aan een martelwerktuig – een kruis – hing om al onze afwijzingen richting God teniet te doen. En hij overwon wat onze afwijzing van God voor ons betekent, namelijk een leven zonder God.

Ik geloof daarom dat Jezus de climax is van de liefde die God voor ons heeft. En ik geloof dat Jezus ons oproept om die liefde te beantwoorden.

En daarom ben ik ervan overtuigd dat geen enkele liefde in deze wereld kan tippen aan de liefde en de trouw van God. Dat is een troost voor wie geen liefde heeft ontvangen van mensen die wel liefde hadden moeten geven of wie zelfs kwaad is aangedaan. Dat is hoop voor mensen die zich door niemand geliefd voelen. Dat is een openbaring voor mensen die momenteel tot over hun oren verliefd zijn, God voelt nog veel meer voor ons. En dat is een oproep voor ons allemaal om naar de mensen om ons heen te kijken, zoals God naar ze kijkt: Hij houd van ze.

En ik hoop en bid voor mensen die Gods liefde in Jezus nog niet hebben ontdekt, dat ze, tot hun eigen opluchting en verbazing, mogen ontdekken dat Jezus het antwoord op hun diepste verlangen is. En als de situatie ernaar is dan mag ik deze mensen schrijven – en ja, als ik er echt niet onderuit kan, zelfs vertellen – wie Jezus voor mij is.

En nu kan het zijn dat deze mensen denken, of misschien denk je zelf wel na het horen van wat ik allemaal gezegd heb:
“Leuk dat je dat allemaal verteld, maar er moet wel iets heel geks gebeuren voordat ik zou geloven wat jij allemaal zegt.”

Tja, wat zal ik daar op dit moment, op deze plek van zeggen?

Laat ik het zo zeggen:

De wonderen zijn de wereld nog niet uit.