Hark

Hark

Eigenlijk ben ik gewoon een hark! En dan heb ik het niet over hoe het eruitziet als ik een poging doe om te dansen, maar deze keer bedoel ik wat anders:

De mensen die wel eens boodschappen doen bij de Jumbo (hier op achterveld) zal het misschien ook zijn opgevallen, dat er sinds kort een straatnieuwsverkoper bij de Jumbo staat. Sinds ik een keer een item op tv heb gezien over hoe mensen reageren op straatkrant verkopers (ze worden nogal eens compleet genegeerd) heb ik mijzelf voorgenomen om ze vriendelijk te groeten. Zo hebben ze tenminste het gevoel dat ze worden gezien. En dus deed ik dat ook bij deze nieuwe verkoper. Met een brede glimlach groet ik haar voordat ik de winkel in loop. Tevreden loop ik de winkel binnen, die mevrouw heeft toch maar even een mooie begroeting ontvangen.

Nadat ik heb afgerekend, loop ik met een kar vol producten zoals paprika chips, Chileense Merlot en boerderij drop, weer langs de straatkrantverkoper. Maar een krant kopen, doe ik niet. Ik moet weer naar huis. Eigenlijk ben ik gewoon een hark!

Of wat dacht je van het moment dat ik net het nieuws heb gekeken, waarbij er verschrikkelijke beelden zijn van de situatie in Noord-Syrië. Door aanvallen worden complete flatgebouwen kapotgeschoten. Mensen zijn gevlucht uit hun huizen, niet wetend waar ze een veilig onderkomen moeten vinden. Het nieuws is voorbij, de tv gaat uit en ik pak een kwast. We gaan weer verder met het opknappen van ons huis. Eigenlijk ben ik gewoon een hark!

Wat is er toch veel onrecht in de wereld. De machtigste mensen zijn vaak enorm wreed. Een kleine groep rijke mensen heeft gezamenlijk meer bezit dan de rest van de wereldbevolking bijelkaar. En ik? Ik kijk vaak hoofdschuddend toe als mensen, rijker en machtiger dan ik, zo slecht omgaan met wat hun is toevertrouwd. Maar wanneer kijk ik eigenlijk naar mijzelf? Hoe ga ik zelf om, met wat ik heb gekregen? Veel van mijn zogenaamde “problemen” zijn luxeproblemen in de ogen van veel van mijn mede aardbewoners. En als ik daar over nadenk, dan voelt dat ongemakkelijk. Ik word daar onrustig van.

Vanuit mijn hedendaagse westerse blik, wil ik al gauw dat gevoel van ongemak te lijf gaan. Want ik houd niet van ongemak. Mijn rationele kant beredeneerd al snel dat ik er niets aan kan doen, dat het een druppel op een gloeiende plaat is of dat ik mij niet zo moet laten meeslepen door de opgewekte schuldgevoelens. En ik wil al snel door gaan met een bemoedigend verhaal. Want dat is er zeker. Maar toch wil ik even op de rem trappen.

Het gevoel van ongemak en onrust heeft meerdere kanten. Één daarvan is dat ik geloof dat God bewust kleine zaadjes van ongemak en onrust in ons hart plant. Om ons, op die manier te wijzen op wat er mis is in deze wereld. Het is nu eenmaal niet eerlijk in deze wereld.

God maakt ons onrustig zodat wij onze plek weten. Of wij het nu beseffen of niet, wij zijn onderdeel van een groter probleem. De wereld waar wij onderdeel van zijn, is niet zoals God het bedoeld heeft. Ons leven gaat ten koste van die van de ander. Onze gewoonten, ons gedrag en onze levensstijl heeft negatieve invloed op anderen. En dat maakt ons nederig.

God maakt ons onrustig zodat wij Gods hart leren kennen. Hij heeft een groot hart voor de zwakken. Hij komt op ontzettend veel plekken in de Bijbel naar voren als de beschermer van mensen die zwak zijn. Hij kan niet tegen onrecht. En hij zal wat krom is recht maken, wat onrecht is, wordt door hem weer recht.

En dus zijn we onrustig en voelen wij ons ongemakkelijk als we denken aan het onrecht en het kwaad in deze wereld. En als ik dan kijk hoe ik daar mee om ga, dan moet ik concluderen dat ik op dit gebied nogal eens een hark ben.

Met het lege graf nog vers op het netvlies slenterde Maria verdrietig en doelloos rond. Ook niet vreemd: niet alleen was haar geliefde Jezus op een verschrikkelijke manier gedood, er was nu ook geen plek voor haar om te rouwen, ze hadden het lichaam weggehaald! Op dat moment liep ze de opgestane Jezus tegen het lijf. Maar in eerste instantie herkende ze Jezus niet. Ze dacht dat het de tuinman was.

En daar kom ik als hark weer tevoorschijn. Want als een hark weer terugkomt bij de tuinman, dan geloof ik dat een hark in de handen van die tuinman een mooi stuk gereedschap kan worden. Die tuinman hield van Adam en Eva toen alles in die ene tuin nog was zoals Hij het had bedoeld. En Hij hield nog steeds van Adam en Eva toen ze uit de tuin werden weggestuurd, want toen werd Jezus’ overwinning op de dood al aangekondigd. En zo houdt hij van mij als hark, en hij wil dat ik bij hem kom.

Of er nu een klein tuintje of grote megatuin op mij staat te wachten, ik begin maar gewoon met harken. En mocht ik mij weer eens zo’n hark voelen, dan zoek ik de tuinman weer op.

En of jij nu een hark, schoffel, schop of tuinslang bent: Laten we tijdens deze samenkomst, de tuinman op zoeken, om te kijken wat Hij zegt dat wij, ieder op zijn eigen manier, in Jezus’ tuin kunnen doen!

Piet van de Lagemaat