Het wespennest

Het wespennest

Gehuld in een groene hoodie en gewapend met een vliegenmepper loop ik met een vaste tred als in slowmotion op het schuurtje in onze tuin af. Elke stap is een stap dichterbij de gevarenzone. De muziek zwelt aan. Ik kijk Annemarie aan met een blik alsof ik de stoere gevleugelde woorden van Arnold Schwarzenegger wil herhalen: “I’ll be back!”. Terwijl ik de deurklink van het schuurtje in de hand heb, spreek ik mijzelf nog één keer moed in. Deze mission impossible kun je aan. Hier ben je voor getraind. Nog één keer neem ik in gedachten door wat het aanvalsplan is. En dan trek ik voorzichtig de deur open. De deur kraakt. Ik kijk voorzichtig naar links. Daar zit de vijand. Ze kijkt me vals en uitdagend aan. Ik twijfel geen moment en ga in de aanval. Een epische worsteling volgt, waarbij rake klappen vallen. En als langzaam het stof neerdaalt, sta ik daar als overwinnaar. Het beginnende nest is vernietigd en de wespenkoningin ligt roerloos op mijn vliegenmepper.

Oké, voordat je mij nu de heldenstatus gaat toedichten, toch wel een kleine disclaimer. Alhoewel dit een waargebeurd verhaal is, moet ik toegeven, dat ik mijzelf heb toegestaan om wat fictieve vrijheid te gebruiken en zou het kunnen dat het met ietsje minder bravoure ging, dan opgetekend.

Hoe dan ook, dit avontuur heeft mij ook wel meer geleerd over de wesp. Eigenlijk zijn het hele mooie en belangrijke dieren. Ware het niet dat ze zo vervelend rond ons eten vliegen en ook nog eens gemeen kunnen steken.

Suiker
Zo rond augustus worden we er nogal eens gek van dat wespen constant af gaan op zoete dingen zoals zoete hapjes en drankjes. Dat zijn de werksters. Die leven van de stoffen die de larven uitscheiden. Dat is een zoete stof waar veel suikers in zitten. Maar op een gegeven moment zijn er geen larven meer, en dus ook geen suikers. De werksters hebben de suikers nog wel nodig om te overleven en dus gaan ze op zoek naar andere bronnen waar suiker in zit. En zo komen ze op onze zoete spullen af.

Diep van binnen hebben wij ook een drang naar een soort suiker. Daarom zoeken wij naar dat suiker op allerlei plekken. Of we het nu zoeken in ons gezin, werk, talenten, geld, invloed, seks, aardig gevonden willen worden of iets anders, het zijn allemaal plekken die op zich helemaal niet verkeerd hoeven te zijn, maar die ons maar kort het voldane gevoel kunnen geven. We hebben het steeds weer nodig. We putten uit de verkeerde bron.

Jezus heeft duidelijk laten merken dat God onze bron is en dat wij vaak uit de verkeerde bronnen putten. Als Jezus een Samaritaanse vrouw bij een put vraagt om wat water, reageert de vrouw: “Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!”. Joden gingen in die tijd namelijk niet met Samaritanen om. En dan antwoord Jezus: “Als u wist wat God u wil geven en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven. Iedereen die dit water –uit de put– drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal niet meer dorst krijgen. Het water dat ik geef zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.”.

Als je goed luistert hoor je Jesaja op de achtergrond: “Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft.”. Jesaja 55, echt een aanrader om te lezen!

Het gesprek gaat verder en loopt eropuit dat de vrouw doorheeft dat ze putte uit de verkeerde bron en dan blijkt dat deze ontmoeting met Jezus, haar leven en dat van haar dorpsgenoten volledig verandert in positieve zin. Het hele verhaal lees je in Johannes 4 vers 1 t/m 42.

Nest
Het nest is voor wespen dus belangrijk, omdat de larven zorgen voor de suikers die ze nodig hebben. Je zou denken dat de wespen uitgeroeid zijn als je het nest weghaalt. En dat zal inderdaad een grote slag zijn voor de wespen. Maar toch ben je dan niet van de wespen af. Zolang de koningin nog leeft, komt er uiteindelijk een nieuw nest en kunnen er weer nieuwe larven worden gelegd.

Mensen die Jezus volgen hebben elkaar nodig. Om samen elkaar en God te ontmoeten. Veel christenen in coronatijd hebben nu het gevoel dat hun nest is weggehaald. Ze hebben geen plek om naar toe te gaan en het lijkt er ook op dat, zolang er geen vaccin is, ze voorlopig in ieder geval niet meer naar het nest kunnen gaan op een manier zoals ze gewend waren. Dat geldt ook voor ons als Geloof in IJsselstein. Dat is een grote slag, we ontmoeten elkaar niet op de gebruikelijke manier. En toch is dat niet het einde. Nog los van het feit dat we dankbaar mogen zijn met alle (technologische) mogelijkheden die we toch nog hebben, is dit een kans (en uitdaging elkaar daarmee te helpen) om te ontdekken waar onze kracht in ligt. In ons nest? In het grote, sterke, liefdevolle of slim ingerichte nest? Uiteindelijk toch niet. Zolang de koning leeft, gaat Gods werk door. En laat dat nu net de basis zijn van wat christenen geloven: Jezus leeft!

De koning
Aan het eind van het seizoen, sterft de wespenkoningin met haar hele volk. Er zijn wel weer nieuwe koninginnen geboren die zullen overwinteren voor het volgende seizoen, maar voor deze koningin en deze generatie is het voorbij.

Jezus is gestorven aan het kruis. Jezus gaf zichzelf voor ons. Hij had alles voor ons over. Ik geloof, en vele christenen met mij geloven, dat Jezus na drie dagen weer is opgestaan uit de dood. Hij heeft de dood overwonnen.

Met Jezus als koning is de dood niet het einde. Maar ook in dit leven al, mag je opstaan als je bent gevallen. Als je put uit de verkeerde bron, mag je weer naar hem toe en bij hem het levende water halen. Je mag je verbonden voelen met al die mensen die net als iedereen zwak en zoekende zijn, maar Jezus als hun levende koning aanvaarden. Al heb je even geen nest, je koning leeft! Put, met de hulp van Gods Geest, uit de juiste bron. Zoek je suiker bij de levende God. En deel uit vanuit die bron. Wie weet, zeggen jouw stadsgenoten straks hetzelfde als de dorpsgenoten van die Samaritaanse vrouw: “Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.”.

Piet van de Lagemaat